Hypotheekrenteaftrek kost Staat 10 miljard
De aftrek eigen woning bestaat uit twee delen. Het grootste deel (94 procent) is de hypotheekrenteaftrek, de rest is de aftrek door geen of weinig eigenwoningschuld (Wet Hillen). Woningeigenaren met een lage hypotheekschuld betalen bij deze regeling minder belasting. De toename van de laatste twee jaren komt vooral door hogere hypotheekrentes en grotere hypotheekschulden.
Net als het woningbezit neemt het gebruik van de aftrek eigen woning toe met de leeftijd, tot 65 jaar. Daarna neemt het af. Huishoudens van 55 tot 65 jaar gebruiken de aftrek het vaakst. Hun totale aftrek is 5,2 miljard euro. Het grootste gedeelte van de aftrek gaat naar huishoudens van 45 tot 55 jaar (6,3 miljard euro).
Paren met kinderen bezitten vaker een eigen woning: 81 procent gebruikt de hypotheekrenteaftrek en/of de Wet Hillen, voor in totaal 11,4 miljard euro in 2024. Dit resulteerde in een belastingvoordeel van 4,6 miljard euro. Van de paren zonder kinderen gebruikt 71 procent de aftrek, die 2,8 miljard euro belastingvoordeel oplevert.
Eenoudergezinnen (39 procent) en eenpersoonshuishoudens (34 procent) hebben juist het minst vaak voordeel van de fiscale regeling doordat zij minder vaak een eigen woning bezitten. Eenpersoonshuishoudens hebben gemiddeld ook het minste belastingvoordeel van alle groepen. Zij hebben ook gemiddeld lagere inkomens en kleinere hypotheekschulden.
Hogere inkomensgroepen hebben vaker een eigen woning, waardoor ook de fiscale regeling vaker voorkomt. 91 procent van de 20 procent huishoudens met de hoogste inkomens maken gebruik van de hypotheekrenteaftrek of de Wet Hillen. Doordat zij ook gemiddeld hogere hypotheekschulden hebben, komt 49 procent van het totale belastingvoordeel van 9,5 miljard bij hen terecht. Bij de 20 procent huishoudens met de laagste inkomens komt slechts 1 procent terecht van het totale belastingvoordeel. Dit komt doordat maar een klein deel (13 procent) gebruikmaakt van de regeling en omdat ze vaker kleinere hypotheekschulden hebben.
